Een holdingstructuur oprichten
Men kan eventueel ook meerdere BV's – een zogenaamde holdingstructuur - oprichten. De voornaamste reden van een holdingstructuur is het verminderen van risico's.
Een holdingstructuur is een structuur die vaak bestaat uit een holding en een werk BV.
Vanuit de werk BV verricht men de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. De holdingstructuur bezit de aandelen van de werk BV.
Managementvergoeding
U komt vervolgens op de loonlijst te staan van uw holding BV en ontvangt hieruit een minimaal DGA salaris (40.000 in 2009). De holding ontvangt een managementvergoeding van de werk BV. Dit wordt ook wel een 'management-fee' genoemd. Eventueel kunt u hier ook pensioen gaan opbouwen.
Salaris van de holding
Zijn er meerdere vennooten (holding) dan ontvangt iedere holding een van te voren overeengekomen managementvergoeding voor de geleverde managementdiensten. In de holding kan men als DGA vervolgens zelf (onder bepaalde voorwaarden) de hoogte van het salaris vaststellen. Dit voorkomt in de praktijk veel onenigheid tussen de verschillende DGA's bij ongelijke salarisontrekkingen (iedere holding krijgt immers een van te voren vastgestelde management-fee).
Winst onbelast uitkeren
De overgebleven winst (omzet na aftrek van salaris en overige kosten) in de werk BV, kan men eventueel na betaling van vennootschapsbelasting, worden uitgekeerd naar de holdingstructuur. Deze winst mag onbelast worden uitgekeerd (over deze winst is immers al belasting betaald in de werk BV).
Bij een eventueel faillisement van de werk BV komt de opgebouwde winst en uw eventuele ontslagvergoeding in de holding niet in gevaar (volle moeders en slanke dochters).
De fiscale medewerkers van de VRB Belastingadviseurs kunnen u verder uitleggen wat de mogelijkheden zijn.
Fiscale eenheid
Met de fiscale eenheid heeft de wetgever de mogelijkheid gecreëerd van twee of meerdere vennootschappen fiscaal één vennootschap te maken.
Deze fiscale eenheid is bedoeld wanneer de moeder-vennootschap nagenoeg alle aandelen van de dochter-vennootschap in haar bezit heeft. Nadat een fiscale eenheid is aangegaan is er op dat moment fiscaal geen sprake meer van twee afzonderlijke vennootschappen.
Na verkrijgen van de fiscale eenheid wordt er alleen nog bij de moeder-vennootschap belasting geheven. De dochter en moeder zijn dan in elkaar opgegaan.
Wanneer er een fiscale eenheid is gerealiseerd dan blijft er juridisch gezien nog wel sprake van afzonderlijke vennootschappen. Alleen fiscaal wordt de fiscale eenheid als één vennootschap gezien.

